Oordoppen

Als je koud hebt, helpen oordoppen niet.

Zoiets krijg ik van mezelf te horen wanneer ik in bed lig met koude voeten.
Mijn grootste gesprekspartner ben ikzelf, met als gevolg dat ik aan anderen niet veel meer te vertellen heb. Als ik niet met mezelf zou praten, ben ik bang dat ik op straat wildvreemden zou aanklampen. Ik herhaal alles drie keer. Ik herhaal alles drie keer.

Ik denk aan de zin ‘toen brak het bos’. Iemand herinnerde me eraan dat ik die zelf geschreven heb. Toen ik het lied zocht waarin ze voorkomt, brak ik.

‘Een tak die breekt, wat maakt het uit maar toen jij ging, toen brak het bos.’

Het lukte me niet het lied de eerste keer tot het eind te zingen. Ik vind het altijd van een vreemdsoortige idolatrie getuigen wanneer ik moet huilen bij een eigen tekst. Toch was het deze keer niet zozeer om de woorden op zich te doen, maar om de hele bundel waarin ze zaten, de wereld waarin ik leefde toen ik zulke teksten schreef, de berg verdriet waar ik – van nu af bekeken – blijkbaar moederziel (ah, haha) alleen op zat, een berg zo groot, zo omslachtig, zo onomarmbaar, zo ongrijpbaar, zo onmetelijk.

De bundel ging dicht, niet meer op mijn lijf geschreven.
Het bos wel. Natuurlijk.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *